Kijkersvragen webinar Brede welvaart
Naar aanleiding van het webinar (Be)sturen op Brede Welvaart kregen we veel vragen. Over het begrip brede welvaart zelf, maar ook over het monitoren, afwegen en toepassen ervan. Omdat niet alle vragen beantwoord konden worden in de webinar, hebben we deze nog eens op een rij gezet – met antwoorden van ons én de Provincie Noord-Brabant. Overlappende en vergelijkbare vragen zijn in deze beantwoording samengevoegd tot één vraag.
Als je meer wil weten over de manier waarop de provincie brede welvaart ziet en in praktijk brengt, lees dan dit artikel in hun online magazine Brede Welvaart in Brabant.
Werken aan gedeelde taal en cultuur
Kan het begrip brede welvaart een waardevolle bijdrage leveren aan een natuurlijk, ondernemend en leefbaar landelijk gebied?
Beantwoord door Het PON & Telos.
Het landelijk gebied staat voor een stapeling van onderling verbonden opgaven, zoals stikstof, waterbeheer, landbouwtransitie, biodiversiteit en leefbaarheid. Brede welvaart biedt een gemeenschappelijk perspectief om deze opgaven niet afzonderlijk, maar in samenhang met elkaar te bekijken. Het maakt inzichtelijk hoe keuzes van vandaag doorwerken op de kwaliteit van leven – hier en nu, maar ook voor toekomstige generaties en op andere plekken.
In Noord-Brabant hebben we dit concreet gemaakt met de Sociaaleconomische Impactanalyse (SEIA). Deze methode brengt zowel vooraf als achteraf de effecten van maatregelen in beeld op meerdere dimensies, zoals werkgelegenheid, gezondheid, leefbaarheid, natuur en economische vitaliteit. Daarmee wordt zichtbaar dat ingrepen zelden eendimensionaal uitpakken: een maatregel met een positief effect op de stikstofuitstoot, kan bijvoorbeeld nieuwe druk op waterkwaliteit veroorzaken, en omgekeerd. Brede welvaart helpt dus niet om tegenstellingen te verzachten, maar juist om ze expliciet te maken als basis voor betere afwegingen.
Tegelijkertijd vraagt dit perspectief om een andere manier van kijken naar economische groei. Groei kan bijdragen aan brede welvaart, bijvoorbeeld via innovatie, werkgelegenheid en investeringsruimte, maar is geen doel op zich. Zeker bij grote maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en sociale ongelijkheid schiet een eenzijdige focus op economische groei tekort. In plaats daarvan is het nodig om economische ontwikkeling te plaatsen binnen een breder kader, waarin ook duurzaamheid, sociale inclusie en leefomgevingskwaliteit volwaardig worden meegewogen.
In de praktijk betekent dit dat beleid en besluitvorming soms anders moeten worden ingericht: domeinoverstijgend, met oog voor verschillen tussen plekken en groepen, en met een langetermijnperspectief. Dat is niet eenvoudig binnen bestaande bestuurlijke structuren en belangen, en vraagt om een lerende aanpak. Het gaat er niet om alles met alles te verbinden. Het gaat erom dat we op basis van goede informatie bewuste keuzes maken, prioriteiten stellen en instrumenten gebruiken die helpen om het gesprek over wat we belangrijk vinden en wat de gevolgen zijn goed te voeren.
In het licht van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies wordt bovendien de vraag relevant wélke vorm van groei bijdraagt aan brede welvaart. In veel gebieden is het huidige model van intensivering en schaalvergroting tegen ecologische grenzen aangelopen. In Noord-Brabant, waar intensieve productie en kwetsbare Natura 2000-gebieden dicht op elkaar liggen, is dat bijzonder zichtbaar (Tot uw dienst!, 2025). De vraag is dan ook niet óf economische ontwikkeling mogelijk is, maar welke ontwikkeling bijdraagt aan een toekomstbestendig systeem. Brede welvaart verschuift daarom de focus van ‘meer’ naar ‘anders’: naar economische ontwikkeling die in balans is met de draagkracht van bodem, water en natuur.
Dat betekent bijvoorbeeld dat landbouw niet alleen wordt beoordeeld op productie, maar ook op de bijdrage aan ecosysteemdiensten zoals waterberging, koolstofvastlegging en biodiversiteit. Zulke waarden blijven in traditionele economische maatstaven vaak buiten beeld, terwijl de maatschappelijke kosten van het huidige systeem – onder andere voor milieu en gezondheid – juist laten zien dat niet alle groei daadwerkelijk bijdraagt aan brede welvaart.
Brede welvaart stuurt daarmee niet weg van ontwikkeling, maar helpt om die ontwikkeling te richten op kwaliteit, duurzaamheid en een toekomstbestendig evenwicht tussen economie, samenleving en leefomgeving.
Hoe zorg je ervoor dat economie (en economische groei) niet het belangrijkste aspect blijft?
Beantwoord door Provincie Noord-Brabant.
Binnen het Uitvoeringsprogramma Brede Welvaart benaderen we economie nadrukkelijk niet als een doel op zich, maar als een middel dat bijdraagt aan de kwaliteit van leven. Economische groei is daarmee geen vanzelfsprekend streven, maar wordt steeds gewogen in relatie tot sociale en ecologische opbrengsten.
Dit betekent dat we economische ontwikkeling niet automatisch nastreven, maar steeds de vraag stellen: draagt deze activiteit daadwerkelijk bij aan brede welvaart, in het hier en nu, voor later en elders? Als groei ten koste gaat van sociale samenhang of ecologische grenzen dan moet dat een bewuste en onderbouwde keuze zijn.
We organiseren deze andere manier van kijken niet alleen via inhoud, maar ook via het proces. Met de Brabantse Monitor Brede Welvaart en de Monitor Ervaren Brede Welvaart maken we zichtbaar hoe economische, sociale en ecologische ontwikkelingen zich tot elkaar verhouden. Daarmee verschuift de focus: niet één indicator (zoals economische groei) staat centraal, maar het samenspel van uitkomsten.
De rol van de provincie is daarbij om het regionale ecosysteem te ondersteunen in het maken van bewuste, integrale afwegingen en deze manier van werken ook zelf te omarmen. Zo werken we stap voor stap aan een economie die niet dominant maar dienend is en waarin groei geen automatisme meer is, maar een keuze die steeds opnieuw wordt afgewogen.
Waarom hebben we groei nodig? Hoe verhoudt zich dat tot brede welvaart later m.b.t. het veranderende klimaat en biodiversiteitsverlies.
Beantwoord door Provincie Noord-Brabant.
Vanuit het concept Brede Welvaart zien we economische groei niet als noodzakelijk of vanzelfsprekend. Groei is geen doel op zich, maar alleen relevant als deze aantoonbaar bijdraagt aan brede welvaart.
Daarbij zijn drie vragen relevant: draagt groei bij aan het sociaal fundament, blijft zij binnen planetaire grenzen, en voor wie en waar landen de effecten? Groei die ongelijkheid vergroot of natuur en klimaat aantast, is vanuit dit perspectief niet wenselijk, ook niet als deze economisch rendement oplevert. Sterker nog: een goed functionerende economie is afhankelijk van deze voorwaarden. Als ecologische systemen uit balans raken of sociale structuren onder druk staan, komt uiteindelijk ook economische activiteit zelf in de knel. Sociaal en ecologisch kapitaal vormen daarmee geen beperking achteraf, maar de basis voor een veerkrachtige economie.
Dit betekent dat we groei selectief benaderen. In sommige gevallen kan groei bijdragen aan noodzakelijke transities, bijvoorbeeld in energie, circulariteit of natuurherstel. Maar dat is geen automatisme: we moeten steeds afwegen of die groei daadwerkelijk bijdraagt aan een duurzame en rechtvaardige ontwikkeling, nu en in de toekomst. Anders gezegd: het doel is een economie die functioneert binnen grenzen en waarin steeds wordt afgewogen wie profiteert, wie de lasten draagt en waar de effecten neerslaan.
In hoeverre nemen we binnen brede welvaart ook het welzijn van dieren en andere kwetsbaren mee, en hoe wegen we effecten op ‘Elders’ en ‘Later’ daarin mee?
Beantwoord door Het PON & Telos.
Brede welvaart richt zich in de kern op de kwaliteit van leven van mensen, hier en nu, en de effecten daarvan op andere plekken en voor toekomstige generaties (‘elders en later’). Tegelijkertijd wordt die kwaliteit van leven in belangrijke mate bepaald door de sociale én fysiek-ecologische leefomgeving. Daar maken ook andere levende wezens, zoals planten en dieren, onlosmakelijk onderdeel van uit. De impact van onze keuzes op dieren en ecosystemen is daarmee een relevant aspect binnen het brede welvaartsperspectief.
Dieren vervullen daarin verschillende rollen. Ze maken deel uit van onze leefomgeving, zowel sociaal – bijvoorbeeld als huisdier – als ecologisch. Tegelijkertijd hebben gehouden dieren vaak ook een economische functie binnen productiesystemen. Juist daar ontstaan afwegingen, omdat verschillende waarden en belangen samenkomen. Vanuit brede welvaart is het uitgangspunt dat de drie kapitalen van duurzame ontwikkeling – sociaal, economisch en ecologisch – zich in samenhang ontwikkelen en niet ten koste van elkaar. Dat betekent dat kosten en baten, inclusief immateriële effecten, zo volledig mogelijk in beeld worden gebracht en meegewogen, voor mens én dier.
Deze benadering raakt ook aan de vraag hoe we omgaan met kwetsbaren die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Binnen brede welvaart wordt dit principe vaak toegepast op sociale rechtvaardigheid tussen groepen mensen, maar het strekt zich ook uit tot de omgang met andere levende wezens en het milieu. Het welzijn van dieren en de staat van de leefomgeving zijn daarmee waarden die expliciet onderdeel moeten zijn van beleidsafwegingen.
Brede welvaart biedt geen vaststaande norm voor hoe zwaar deze aspecten precies wegen, maar helpt wel om ze zichtbaar te maken en structureel mee te nemen in besluitvorming. Juist door deze bredere blik wordt het mogelijk om bewuster en transparanter keuzes te maken, met oog voor de samenhang tussen mens, dier en leefomgeving – zowel hier en nu als ‘elders en later’.
Op welke wijze kan het onderwijs een rol vervullen in het realiseren van brede welvaart?
Beantwoord door de Provincie Noord-Brabant.
Onderwijs en kennisinstellingen spelen een belangrijke rol in het realiseren van brede welvaart, als onderdeel van een breder netwerk van samenwerkende partners. Brede welvaart gaat over complexe, zogenoemde wicked problems, vraagstukken waarvoor geen eenduidige oplossing of eigenaar bestaat. Dat vraagt om samenwerking tussen o. a. overheden, ondernemers, maatschappelijke organisaties, financiers, designers én onderwijs- en kennisinstellingen.
Vanuit het Uitvoeringsprogramma Brede Welvaart zien wij onderwijs daarom niet als dé plek waar oplossingen worden bedacht, maar als een partner in een gezamenlijk leerproces. In verschillende trajecten werken we hier al concreet aan, bijvoorbeeld binnen samenwerkingen zoals met de Academische Werkplaats Brede Welvaart, de regiodeals, en projecten zoals ‘Brede Welvaart; Hoe dan?’, Impact-Up en SCENTISS. In deze projecten brengen studenten, onderzoekers en praktijkpartijen hun perspectieven samen en werken zij aan actuele maatschappelijke vraagstukken.
De kracht van onderwijs ligt daarbij in het verbinden van leren en doen: het ontwikkelen van vakmanschap, het stimuleren van reflectie en het bevragen van bestaande aannames. Tegelijkertijd geldt dat niemand de expert is als het gaat om brede welvaart. Juist door verschillende perspectieven samen te brengen vanuit praktijk, beleid en kennis, ontstaat nieuwe inzicht en handelingsperspectief.
Daarbij streven we niet naar een model waarin het onderwijs afzonderlijk wordt gepositioneerd, maar naar een ecosysteem waarin partijen samen werken én samen leren. De centrale vraag is dan ook niet alleen wat onderwijs kan bijdragen, maar hoe we gezamenlijk de aansluiting tussen onderwijs, maatschappelijke opgaven en praktijk blijven ontwikkelen.
In ons gezamenlijke leertraject zien we dat er in de regio al enorm veel gebeurt. Werken aan Brede Welvaart is niet nieuw; het zit vaak al verankerd in bestaande Brabantse initiatieven. De winst zit nu vooral in de bewustwording van de onderlinge samenhang en het expliciet maken van de integrale afwegingen die we dagelijks maken.
Enkele Brabantse beelden die deze beweging en de rol van het onderwijs illustreren:
In beeld brengen en begrijpen
Welke indicatoren en kwalitatieve criteria worden gebruikt om de ontwikkeling van brede welvaart in Noord-Brabant te monitoren, en hoe verhouden deze zich tot andere provincies en landelijke kaders?
Beantwoord door Het PON & Telos.
De Brabantse Monitor Brede Welvaart sluit in de basis aan bij bestaande landelijke en internationale kaders. De gehanteerde thema’s zijn in lijn met de monitor van het CBS en bouwen voort op de zogenoemde CES-systematiek, een internationaal statistisch raamwerk van onder andere de Verenigde Naties, de OESO en Eurostat. Tegelijkertijd is de monitor toegespitst op de Brabantse context. Zo zijn aanvullende thema’s opgenomen, zoals Cultuur, Onderwijs en Mobiliteit, omdat deze als essentieel worden gezien voor de kwaliteit van leven in de provincie. Ook is het thema Ecologie verder uitgesplitst, zodat de breedte en complexiteit ervan beter tot uitdrukking komt.
Hoewel provincies gezamenlijk optrekken in de ontwikkeling van brede welvaart en afstemming plaatsvindt met het CBS, heeft elke provincie ruimte om eigen accenten te leggen in de monitoring, passend bij de regionale context. De Brabantse monitor staat daarmee niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van een bredere beweging waarin kennis en methodieken worden gedeeld. Zo is bijvoorbeeld de meting van tevredenheid over verschillende thema’s afgestemd met andere provincies binnen de Community of Practice ‘Bewoners in beeld’ van het Nationaal Netwerk Brede Welvaart, waardoor vergelijkbaarheid tussen provincies wordt vergroot.
Voor het monitoren van brede welvaart wordt gebruikgemaakt van een combinatie van indicatoren en onderliggende methodische keuzes. In de Brabantse monitor worden per thema en per indicator gewogen gemiddelden berekend, zowel voor de provincie als voor de vier Brabantse regio’s. Deze weging houdt rekening met relevante factoren, zoals inwonersaantallen of oppervlakte, afhankelijk van de indicator. Daardoor is het provinciale totaal niet automatisch de optelsom van de regio’s, maar een apart berekende waarde.
De kwaliteit en interpretatie van de indicatoren worden verder geborgd door heldere definities en normeringen, die per indicator zijn uitgewerkt. Dit maakt het mogelijk om ontwikkelingen in de tijd en verschillen tussen regio’s zorgvuldig te duiden. Zo biedt de monitor niet alleen een cijfermatig overzicht, maar ook een onderbouwde basis om trends te begrijpen en het gesprek te voeren over de ontwikkeling van brede welvaart in Brabant.
In bijlage C van de Brabantse Monitor Brede Welvaart worden de gewogen gemiddelden voor de vier Brabantse regio’s en de provincie Noord-Brabant per thema en per indicator weergegeven. Een uitgebreide omschrijving en normering van iedere indicator is te vinden via het Regiokompas factsheetboek.
Hoe zijn de beschikbare bouwblokken, onderzoeken en data toegankelijk, en op welke manier wordt de voortgang van projecten gevolgd en worden resultaten zichtbaar op gemeenteniveau en bij burgers?
Beantwoord door Het PON & Telos.
Werken vanuit brede welvaart vraagt meer dan het formuleren van ambities; het betekent een andere manier van sturen en besluiten nemen. Concreet houdt dit in dat brede welvaart structureel wordt verankerd in beleid en strategie, dat waarden expliciet en transparant worden afgewogen bij besluitvorming, en dat hierover ook verantwoording wordt afgelegd, inclusief in het toezicht. Daarnaast vraagt het om het ontwikkelen van een gedeelde taal en cultuur binnen de organisatie.
Hoewel dit een grote veranderopgave lijkt, hoeft deze niet in één keer te worden gerealiseerd. In de praktijk kan met kleine, concrete stappen worden begonnen. Wat opvalt is dat initiatieven die met brede welvaart werken, ondanks verschillen in tempo en focus, in de kern vaak vergelijkbare bouwstenen hanteren. Deze zogenoemde bouwblokken helpen om brede welvaart stap voor stap te operationaliseren in verschillende fasen van beleid en uitvoering.

Werken aan gedeelde taal en cultuur gaat over samen verkennen wat brede welvaart betekent en wat dit inhoudt voor het eigen werk. Zo ontstaat begrip, verbinding binnen teams en een richtinggevend kader voor beleid en uitvoering. Bij het in beeld brengen en begrijpen wordt een opgave benaderd vanuit brede welvaart, op basis van beschikbare data en onderzoek, zoals de Brabantse Monitor Brede Welvaart. Dit creëert inzicht in samenhang, kansen en knelpunten en vormt de basis voor toekomstgerichte besluitvorming.
Toepassen in de praktijk betekent vervolgens dat vanuit brede welvaart concreet wordt geoefend in projecten of casuïstiek. Denk aan het toetsen van aannames, het koppelen van doelen aan brede welvaartsthema’s en het expliciet maken van lange termijn effecten. Bij integraal afwegen worden waarden en effecten systematisch tegen elkaar afgewogen, zodat keuzes beter onderbouwd en transparanter worden gemaakt. Tot slot gaat continuïteit en leren over het borgen van kennis, rollen en verantwoordelijkheden, zodat het werken vanuit brede welvaart blijft doorontwikkelen en niet afhankelijk is van losse projecten of personen. Samen vormen deze bouwblokken een cyclisch leerproces waarin beleid, uitvoering en governance steeds worden verbeterd.
Wat betreft de beschikbaarheid van onderliggende onderzoeken en rapportages geldt dat deze gedeeld kunnen worden, zodat informatie toegankelijk is voor betrokken partijen.
Voor het volgen en meten van beleid dat gericht is op brede welvaart bestaat geen eenduidige aanpak. De meest passende methode is afhankelijk van het type project of beleidsinterventie en van de fase waarin deze zich bevindt. Instrumenten zoals de Brede Welvaartscan of een SEIA kunnen helpen om vooraf en tijdens beleidsontwikkeling of projecten inzicht te krijgen in de effecten op verschillende thema’s en om positieve en negatieve impact zichtbaar te maken. Daarnaast kan gewerkt worden met een Theory of Change, inclusief meetplan, om beoogde resultaten van programma’s, beleid en interventies systematisch te monitoren. Soms is het combineren van ervaringsdata en registratiedata nodig om inzicht te krijgen in ontwikkelingen, verschillen tussen groepen en kansen of knelpunten in beleid.
Op gemeenteniveau is brede welvaart eveneens inzichtelijk. Het CBS publiceert jaarlijks de Regionale Monitor Brede Welvaart, waarin objectieve indicatoren tot op gemeenteniveau worden weergegeven. Daarnaast brengt het PON & Telos jaarlijks 12 brede welvaartsthema’s in beeld voor alle Nederlandse gemeente, waarbij ook gekeken wordt naar trends en ontwikkelingen en de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Dit overzicht is aan te vragen via deze link. Voor Brabant zijn daarnaast ervaringsgegevens beschikbaar op (sub)regionaal niveau, waarmee zichtbaar wordt hoe inwoners zelf verschillende aspecten van brede welvaart waarderen.
Brede welvaart kan ook tot op individueel niveau worden beschouwd. Brede welvaart gaat daarbij niet alleen over de aanwezige mogelijkheden in het leven van mensen en hoe zij die waarderen, maar ook over de verdeling van die mogelijkheden in de samenleving én de mate waarin mensen daadwerkelijk in staat zijn om er gebruik van te maken. Dit denken is onder andere gebaseerd op de capability-benadering van econoom Amartya Sen en filosoof Martha Nussbaum (Sen, 1993).
Waar klassieke economische theorieën vaak uitgaan van het idee dat mensen, zodra de juiste mogelijkheden beschikbaar zijn, deze ook zullen benutten, laat onderzoek zien dat dit niet vanzelfsprekend is. Er zijn verschillende factoren die bepalen of mensen daadwerkelijk gebruik kunnen, mogen of willen maken van die mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan ervaren grip op het leven, sociale verbondenheid, vertrouwen in anderen, financiële ruimte en de kwaliteit van het sociaal netwerk. Om brede welvaart goed te begrijpen, is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar de beschikbaarheid van mogelijkheden, maar ook naar de capaciteiten van mensen om die mogelijkheden te benutten.
De Brabantse Monitor Brede Welvaart maakt dit inzichtelijk door niet alleen gemiddelden te tonen, maar ook te kijken naar verschillen tussen groepen inwoners. Daaruit blijkt dat de ervaren brede welvaart ongelijk verdeeld is. Zo is ongeveer 92% van de mensen met veel grip op het leven tevreden met hun brede welvaart, terwijl dit onder inwoners met weinig grip minder dan de helft is (circa 46%). Vergelijkbare verschillen zijn zichtbaar bij indicatoren zoals vertrouwen, sociale relaties, rond kunnen komen en buurtverbondenheid. Dit onderstreept dat brede welvaart niet alleen een systeem- of beleidsvraagstuk is, maar ook sterk samenhangt met individuele ervaringen en verschillen tussen groepen mensen, en dat het belangrijk is om bij monitoring en sturing expliciet aandacht te hebben voor deze verdeling naast de gemiddelde ontwikkeling.
Integraal afwegen
Welk concreet handelingsperspectief biedt het Brabant Outcomes Fund (BOF)?
Beantwoord door Provincie Noord-Brabant.
Het Brabant Outcomes Fund (BOF) biedt concreet handelingsperspectief door te laten zien hoe je anders kunt financieren in lijn met brede welvaart. Het maakt het mogelijk om niet automatisch te sturen op economische groei of financieel rendement, maar om investeringskeuzes te maken op basis van wat maatschappelijk nodig is.
Die beweging, de paradigmashift wordt in het BOF praktisch gemaakt. Het BOF laat zien dat je:
Het handelingsperspectief zit daarmee niet alleen in de afzonderlijke projecten, maar juist in het andere afwegingskader dat het BOF introduceert. Het dwingt om steeds de vraag te stellen: draagt deze investering daadwerkelijk bij aan het oplossen van een maatschappelijk vraagstuk, en voor wie?
Tegelijkertijd is het BOF nadrukkelijk een leeromgeving. Omdat er geen blauwdruk is voor dit soort vraagstukken (wicked problems), leren overheid, investeerders en ondernemers samen wat werkt en wat niet. Waarbij dit instrument helpt om stap voor stap te ontwikkelen hoe een economie kan functioneren die niet draait om maximale groei, maar om passende waardecreatie binnen sociale en ecologische randvoorwaarden.
Wat zijn goede voorbeelden van afwegingskaders waarmee streefwaarden vertaald kunnen worden naar actiegericht sturen?
Beantwoord door Het PON & Telos.
Steeds meer gemeenten, regio’s, provincies en het Rijk willen brede welvaart als uitgangspunt gebruiken bij hun beleid en keuzes. Brede welvaart helpt om op een integrale manier naar maatschappelijke vraagstukken te kijken en wordt steeds vaker gebruikt als verbindend perspectief in de samenwerking en aansturing op verschillende niveaus.
Besluitvorming vanuit brede welvaart vraagt om een zorgvuldige en systematische afweging van belangen, perspectieven en consequenties. Daarbij gaat het om het meenemen van sociale, ecologische en economische waarden, en om het expliciet betrekken van effecten op ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’. Ook rechtvaardige verdeling en de vraag wat mensen daadwerkelijk kunnen en ervaren spelen hierin een belangrijke rol.
We zien dat op verschillende plekken geëxperimenteerd wordt met integrale afwegingskaders die helpen om streefwaarden te verbinden aan beleidskeuzes en handelingsperspectief. Een voorbeeld hiervan is de provincie Zuid-Holland, waar wordt geoefend met integraal afwegen door verschillende methoden in te zetten. In een pilot rondom Erfgoed & Cultuur zijn onder andere een bredewelvaartsscan en een bredewelvaartdialoog toegepast om beleidsmedewerkers te ondersteunen bij het integraal afwegen van beleidskeuzes vanuit een bredewelvaartsperspectief. Deze aanpak had niet alleen als doel ervaring op te doen met de methoden, maar maakte integraal afwegen ook concreet door de twaalf bredewelvaartsthema’s inhoudelijk te verdiepen voor het beleidsterrein Erfgoed & Cultuur. Zo werden de methoden direct gekoppeld aan een beleidsontwikkeling, waardoor zowel het leerproces als de inhoudelijke afwegingen werden versterkt.
Hoe kan bij beleidsbeslissingen integraal worden gekeken over sectoren heen, hoe worden effecten op ‘Elders’ en ‘Later’ meegenomen, en hoe kan brede welvaart worden gewaarborgd in complexe dossiers zoals Powerport?
Beantwoord door Provincie Noord-Brabant.
De dimensie ‘Elders’ heeft binnen het Uitvoeringsprogramma Brede Welvaart nadrukkelijk onze aandacht, maar we constateren ook dat deze in de praktijk nog beperkt wordt meegenomen. Het gaat hierbij om de effecten van ons handelen niet alleen buiten Brabant (bijvoorbeeld via internationale ketens, grondstoffengebruik en ecologische impact) maar ook over gemeentegrenzen heen.
Op dit moment is de invulling van ‘Elders’ nog in ontwikkeling. Zo is deze dimensie in de Brabantse Monitor Brede Welvaart nog niet uitgewerkt. We zien dit dan ook als een belangrijk leer- en ontwikkelpunt voor de komende periode.
Tegelijkertijd zetten we al stappen om deze dimensie beter mee te nemen in concrete trajecten. Een voorbeeld hiervan is het proces rond Moerdijk, waar in de MKBA-light expliciet is geprobeerd om effecten buiten de regio inzichtelijk te maken en mee te wegen in de afwegingen. Ook was een spotlightsessie en een artikel van het Brabants Netwerk Brede Welvaart geheel gericht op de dimensie ‘Elders’.
Onze inzet is om deze dimensie de komende tijd verder te versterken, zodat we niet alleen beter zicht krijgen op effecten buiten Brabant, maar deze ook volwaardig kunnen meenemen in beleid en investeringskeuzes.
Toepassen in de praktijk
Welke rol kan het thema Brede Welvaart spelen in de diverse gebiedsgerichte aanpakken (GGA’s)?
Beantwoord door Het PON & Telos.
Gebiedsgerichte aanpakken zijn bij uitstek het schaalniveau waarop brede welvaart tot uiting komt. Grote opgaven zoals stikstof, waterhuishouding, landbouwtransitie en leefbaarheid zijn sterk plaatsgebonden en vragen om een samenhangende benadering. Brede welvaart kan binnen GGA’s drie samenhangende rollen vervullen:
Tot slot vraagt het toepassen van brede welvaart in GGA’s wel om structurele organisatorische en financiële borging. Zonder langjarige inbedding blijven gebiedsprocessen kwetsbaar voor wisselingen in beleid en middelen.
Continuïteit en leren
Is het mogelijk om vanuit het netwerk een klankbordgroep te maken die fysiek bij elkaar kan komen? Vinden jullie dat waardevol als provincie?
Antwoord vanuit de Provincie Noord-Brabant.
De portefeuillehouder Saskia Boelema heeft benadrukt hoe zeer zij het meedenken en de grote betrokkenheid van professionals in de regio omarmt. Het is onder andere deze energie die de motor vormt achter de transitie naar Brede Welvaart in Brabant. Zij gaf daarbij aan (dat de provincie hier al veel op doet en) dat onze kracht ligt in het samen verder uitbouwen van een krachtig ecosysteem: een netwerk waarin betrokkenen elkaar permanent kunnen vinden, voeden en versterken met actuele kennis en praktijkervaringen.
Vanuit die visie kijken we graag hoe nieuwe suggesties logisch kunnen landen binnen de structuren die we al met elkaar hebben opgebouwd. Door behoeften te kanaliseren via de paden van het Brabants Netwerk Brede Welvaart, houden we de beweging integraal, slagvaardig en voor iedereen bereikbaar. Zo borgen we dat leren en delen van ervaringen en kennis niet eenmalig is, maar een continu proces waar de gehele provincie van profiteert.
Welke lessen zijn er voor Nederland / het nieuwe kabinet? Wat zou je ambtenaren in Den Haag mee willen geven over de ervaringen met Brede Welvaart in Brabant?
Beantwoord door Provincie Noord-Brabant
Onze ervaring uit de uitvoering: In de uitvoering van ons Uitvoeringsprogramma Brede Welvaart 2024-2027 merken we dat de grootste uitdaging niet ligt in het begrijpen van Brede Welvaart, maar in het handelen ernaar binnen de huidige systemen. Onze lessen voor Den Haag zijn:
Integraal afwegen leer je door te doen: de uitvoering in de regio is een goede leerschool voor integrale beleidsvorming.
