Organisatienetwerken in het jeugddomein

Contactpersoon:
Drs. Mariëlle Blanken
Doorlooptijd:
2016 - heden
Opdrachtgever:
Tranzo/Tilburg University, Het PON & Telos en diverse gemeenten

In Nederland zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het gehele jeugddomein. In samenwerking met diverse organisaties geeft de gemeente vorm aan het jeugdhulpnetwerk. Het doel van deze netwerksamenwerking is om integrale hulp op maat in de eigen leefomgeving van kinderen en gezinnen te organiseren. Om dat goed te kunnen doen is het belangrijk dat alle organisaties in het netwerk goed samenwerken. Als dit onvoldoende gebeurt, lopen kinderen en gezinnen het risico niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. We hebben onderzoek gedaan naar het functioneren van deze organisatienetwerken in het jeugddomein.

 

Methode

Het onderzoek vond plaats in drie jeugdhulpnetwerken, bestaande uit 65 tot 135 organisaties in gemeenten van verschillende grootte. Over deze drie netwerken zijn op twee meetmomenten via een digitale vragenlijst onder alle organisaties uit het netwerk gegevens verzameld. De eerste dataverzameling vond plaats in de periode van november 2017 tot september 2018 en de tweede tussen april en september 2019.

 

Resultaten

 

  • Jeugdhulpnetwerken zijn divers en complex
    Lokale jeugdhulpnetwerken bestaan al gauw uit meer dan 100 organisaties binnen de brede range van preventie tot zeer specialistische zorg (11 sectoren). Gemiddeld hebben organisaties in het netwerk met 20 tot 26 andere organisaties een relatie, wat vrij veel is om succesvol te kunnen onderhouden. Organisaties met een belangrijke schakelfunctie, zoals het centrum voor jeugd en gezin, hebben niet altijd de gewenste centrale positie in het netwerk.

 

  • Onduidelijke netwerksturing in het jeugddomein
    Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aansturing van de complexe organisatienetwerken in het jeugddomein. Minder dan de helft van de organisaties in de jeugdhulpnetwerken blijkt een juiste perceptie te hebben van de wijze waarop hun netwerk wordt aangestuurd.

 

  • Verschillende informatie- en kennisstromen in een netwerk met een eigen dynamiek
    Er bestaan verschillende structuren van kennisuitwisseling, afhankelijk van de informatie die uitgewisseld wordt. Zo kent inhoudelijke kennisdeling (b.v. over verwijzing) een geheel andere structuur dan de uitwisseling van stuurinformatie (b.v. over budgetten). De interne dynamiek laat een enorme verandering in relaties tussen de organisaties zien. Met een verlies van meer dan de helft van de relaties in een jaar blijkt de kennisuitwisseling tussen de organisaties in het netwerk niet erg stabiel.

 

  • Grote dynamiek en kernspelers in het netwerk moeten een extreem hoog aantal sterke relaties onderhouden
    Belangrijke voorwaarde voor interprofessionele samenwerking, tijdige en passende verwijzingen en goede uitkomsten van hulp is de aanwezigheid van sterke en stabiele relaties tussen organisaties in het netwerk. Ook een sleutelpositie voor de organisaties met een toegangsfunctie (kernspelers) is van belang. Meer dan 80% van de organisaties heeft sterke relaties, maar op netwerkniveau zijn de sterke relaties instabiel. De sterke relaties van de kernspelers zijn daarentegen vrij stabiel. Echter moeten kernspelers wel een extreem hoog aantal sterke relaties onderhouden.

 

Conclusie en discussie

Om integrale hulp voor kinderen en gezinnen te kunnen organiseren is netwerksamenwerking nodig. In de praktijk betekent dit dat vele organisaties – van preventie tot zeer specialistische zorg – met elkaar op lokaal niveau in een netwerk samenwerken. De jeugdhulpnetwerken hebben een passende structuur van sterke relaties. De belangrijke toegang-organisaties (kernspelers) hebben een centrale positie in het netwerk en hun sterke relaties zijn relatief stabiel. Echter in de huidige opzet is het voor de kernspelers een haast onmogelijke taak om de extreem grote hoeveelheid aan relaties te kunnen onderhouden. Ook de gevonden sterke interne dynamiek in de netwerken vraagt aandacht, want vluchtigheid van relaties betekent dat integrale hulp op lange termijn niet gegarandeerd kan worden. Deze complexiteit van de netwerken in het jeugddomein vraagt om passende en gerichte relaties tussen organisaties zodat de organisaties die samen moeten werken dat ook doen, terwijl organisaties die niet hoeven samen te werken dat niet doen. Hier ligt een belangrijke sturende rol voor gemeenten als leidende netwerkorganisatie weggelegd. Gemeenten moeten zich daarbij echter wel realiseren dat de aansturing van een groot, divers en dynamisch netwerk een serieuze en complexe taak is en vraagt om voldoende aandacht, tijd en hulpbronnen om de gewenste integratie te bewerkstellingen die nodig is om de doelen van het netwerk te kunnen bereiken.

 

Onderzoeksteam

Het onderzoeksteam bestaat uit Mariëlle Blanken (promovendus Tranzo, TiU/Het PON & Telos), Hans van Oers (hoogleraar Publieke Gezondheid), Chijs van Nieuwenhuizen (hoogleraar Forensische Geestelijke Gezondheid, bijzonder hoogleraar Transformeren voor de Jeugd), Jolanda Mathijssen (bijzonder hoogleraar Zorg voor Jeugd), Jörg Raab (hoogleraar beleid & Organisatie Studies)

Publicaties

Er zijn vier wetenschappelijke artikelen gepubliceerd:

Cross-sectoral collaboration: comparing complex child service delivery systems Intersectoral collaboration at a decentralized level: information flows in child welfare and healthcare networks Actors’ awareness of network governance in Child Welfare and Healthcare service networks Examining preconditions for integrated care: a comparative social network analysis of the structure and dynamics of strong relations in child service networks
Ga naar artikel Ga naar artikel Ga naar artikel Ga naar artikel
Drs. Mariëlle Blanken Drs. Mariëlle Blanken
Senior adviseur-onderzoeker
Wil je meer informatie?
Neem contact op met Mariëlle Blanken
m.blanken@hetpon-telos.nl 06 30 03 89 70

Vergelijkbare projecten